Omgangstips

Doofblindheid is vrij onbekend in de maatschappij. Lang niet iedereen komt regelmatig in contact met doofblinde personen. De mate van de auditieve en visuele beperking spelen een rol in hoe je met een doofblinde persoon omgaat. Spreek met de doofblinde persoon af hoe je het beste kan begeleiden of de omgeving aanpassen zodat hij zich veilig en comfortabel voelt.

Doofblinde jonge vrouw & jonge man praten in vierhandengebaren (tekening)

Algemene omgangstips

  • Zorg voor goede verlichting
  • Als jullie elkaar nog niet goed kennen, informeer even wat deze persoon kan horen en zien.
    Hij kan je ook tips geven om met hem om te gaan
  • Bij een dove of zwaar slechthorende persoon vraag je wat de beste manier is om te communiceren
  • Bij een blinde of zwaar slechtziende persoon zeg je wie je bent voor je met hem of haar gaat praten
  • Realiseer je dat de ander maar een heel klein gezichtsveld heeft. Hij ziet je pas als je je in dat gezichtsveld beweegt, neem daarom voldoende afstand zodat hij je kan zien
  • Bij een dove persoon hou je de hoogte van het vingerspellen en de gebaren tot bij voorkeur borsthoogte
  • Meld je aanwezigheid door een klein tikje op de arm en laat weten wanneer je weggaat. Dit is ook belangrijk bij Haptic Signs
  • Als een dove of slechthorende ergens geconcentreerd mee bezig is zal hij je vaak niet opmerken. Maak je aanwezigheid duidelijk door een tikje op de arm of schouder
  • Als je een doofblinde persoon tegenkomt die je kent, is het mogelijk dat hij jou niet gezien of herkend heeft. Vat dit niet op als een belediging maar ga even gedag zeggen
  • Bied je arm aan voor begeleiding in het donker of op drukke plaatsen, maar dring nooit hulp op
  • Waarschuw voor lage meubels, andere lage obstakels en onverwachte hindernissen. Bij dove personen kan je hiervoorHaptic Signs gebruiken
  • Bij een trap moet een slechtziende persoon zich concentreren: zet even het gesprek stop en praat verder als hij veilig boven of beneden staat. Bij blinde en zwaar slechtziende personen geef je het begin en einde van een trap aan. Dit kan ook d.m.v. Haptic Signs
  • Voel je vrij te vragen of hij hulp nodig heeft.

Een doofblinde aanspreken: 10 tips

""Afiche "Een doofblinde persoon aanspreken: 10 tips!"

Samen met Bert Van De Sompele ontwikkelde Silvia Kerckhof een poster met omgangstips voor doofblinden. Deze poster kan je delen met iedereen die in contact komt met doofblinden of om doofblindheid meer bekend te maken.

Beschrijving van de poster

Titel: Doofblinde persoon aanspreken: 10 tips!
Tekening naast titel: links een vrouw met een rood-witte stok en blindengeleidehond, rechts een man met rood-witte stok en  hij draagt een cochleaire Implant (CI) en een zonnebril.
Midden onder de titel: een logo van oor en oog met een streep. Kleuren: blauwe achtergrond en witte tekeningen.

 

 

 

 

 

Daaronder 10 korte zinnen met bijbehorende tekeningen.

  1.     Maak zacht fysiek contact op de arm of schouder
        Tekening: een man met daarachter een hand die zijn schouder aanraakt.
  2.     Zeg wie je bent of schrijf je naam in de handpalm.
        Tekening: iemand schrijft de letter ‘S’ in de open handpalm van een doofblinde    
        persoon. Linksboven de letter ‘s’ in een tekstballon.
  3.     Spreek duidelijk, gebruik gebarentaal of een hulpmiddel.
        Tekening: een smartphone met grote letters op het scherm.
  4.     Wees geduldig en neem de tijd
        Tekening: een zandloper.
  5.     Vraag of je kunt helpen en hoe.
        Tekening: een vraagteken ( “?” ) tekenen op de bovenarm van doofblinde.
  6.     Laat de doofblinde zelf beslissen of je hulp nodig is.
        Tekening: een duim omhoog en een duim omlaag met  een vraagteken in de
        tekstballon rechts.
  7.     Aanvaardt de doofblinde je hulp, leg dan uit wat je gaat doen
        Tekening: een duim omhoog van de begeleider met “goed” in tekstballon, met dehand
        van doofblinde achter de hand van de begeleider.
  8.     Blijf van de taststok en persoonlijke voorwerpen af
        Tekening: een doofblinde man die met zijn rood-witte stok tegen een vuilbak loopt.
  9.     Als je de hond wil benaderen, vraag dan eerst of dit mag.
        Tekening: een vrouw die een koekje aan de hond geeft.
  10.     Verwittig als je weggaat.
        Tekening: een zwaaiende hand op de bovenarm van doofblinde, met “daaag” in de
        tekstballon.